Essay · Power & Politics · Explanation & Accountability · Action & Responsibility

De verdwijnende verantwoordelijkheid

Over corona, politieke keuzes en een merkwaardige eigenschap van ons bestuur.

Translate this page ↗Substack profile ↗Share on LinkedIn ↗
Cite this essay
Sparla, Jeroen. “De verdwijnende verantwoordelijkheid.” 2026. sparla.com. https://sparla.com/essays/de-verdwijnende-verantwoordelijkheid/
An empty chair marked “De keuze” faces eight officials whose speech bubbles deflect responsibility
Image from the original Substack publication, stored locally for this site.

Essay

De afgelopen weken heb ik met meer belangstelling dan ik vooraf had verwacht naar een aantal verhoren van de parlementaire enquêtecommissie Corona gekeken. Niet omdat ik na zes jaar alsnog wil uitzoeken wie er precies gelijk had over mondkapjes, schoolsluitingen of de avondklok. Dat debat is inmiddels zo beladen geraakt dat bijna iedere feitelijke vraag onmiddellijk lijkt te moeten eindigen in een kamp.

Wat mij gaandeweg veel meer begon te interesseren, was iets anders.

Wie besloot dit eigenlijk?

Die vraag klinkt eenvoudiger dan hij blijkt te zijn.

Neem de avondklok. Het OMT adviseerde. Ministers overlegden. Er waren juridische afwegingen. Het Veiligheidsberaad speelde een rol. In het Catshuis werd gesproken. Uiteindelijk besloot het kabinet. Vraag je vervolgens vijf jaar later wie de politieke afweging precies maakte, dan wordt het verhaal ineens veel minder overzichtelijk.

Dat geldt niet alleen voor Nederland. Ook in Frankrijk, België, Italië, Duitsland, Zweden en Denemarken is inmiddels onderzocht hoe tijdens corona besluiten tot stand kwamen. De vorm verschilt van land tot land. Soms ging het om parlementaire enquêtes, soms om commissies of onafhankelijke evaluaties.

Toch begon mij bij het lezen ervan iets op te vallen.

Tijdens de crisis zelf was er weinig twijfel over wie er aan het roer stond. Regeringen namen in korte tijd besluiten die onder normale omstandigheden nauwelijks denkbaar waren. Bedrijven gingen dicht. Scholen sloten. Bewegingsvrijheid werd beperkt. Burgers moesten aantoonbaar aan voorwaarden voldoen om bepaalde plekken binnen te mogen.

Ik schrijf dit niet om die maatregelen alsnog allemaal ter discussie te stellen. Sommige waren waarschijnlijk verstandig, andere misschien niet, en van weer andere zullen we het nooit precies weten.

Maar het waren politieke keuzes.

Dat lijkt een open deur. Toch wordt die deur bij de terugblik opvallend vaak half dichtgedaan.

Dan blijkt dat politici handelden op advies van deskundigen. Deskundigen wijzen er vervolgens terecht op dat zij adviseerden en dat politici uiteindelijk besloten. Ministers verwijzen naar collectieve besluitvorming. Besluiten pasten in een internationale context. Andere landen deden ongeveer hetzelfde. Modellen bevatten onzekerheden. Men werkte met de kennis van dat moment.

Vrijwel al die verklaringen kunnen tegelijk waar zijn.

En daar zit precies mijn ongemak.

Want wanneer iedereen een correct deel van het verhaal vertelt, kan het geheel toch eindigen zonder duidelijke eigenaar.

Dat is een merkwaardige eigenschap van ons bestuur. Tijdens een crisis kan verantwoordelijkheid zich razendsnel concentreren. Achteraf blijkt zij opvallend goed oplosbaar.

Ik moest daarbij denken aan iets waar ik eerder over schreef. We zijn in onze samenleving bijzonder goed geworden in het organiseren van voorzichtigheid. Voor we iets besluiten willen we onderzoeken, consulteren, toetsen en alle relevante belangen kennen. Dat is meestal verstandig, maar het kan ook een keurige vorm van uitstel worden.

Corona liet bijna het tegenovergestelde zien. Er was geen tijd voor uitstel. Er móést worden gekozen.

En toen bleek dat we dat uitstekend konden.

Misschien zit het probleem dus niet alleen vóór de beslissing. Misschien ontstaat er ook iets ná de beslissing. Zodra later blijkt dat de werkelijkheid ingewikkelder was dan gedacht, begint het eigenaarschap langzaam te vervagen.

Daarmee bedoel ik niet dat bestuurders achteraf eenvoudig zouden moeten zeggen dat alles fout was. Integendeel. Dat zou even gemakzuchtig zijn.

Ik kan mij heel goed voorstellen dat je in maart 2020 als minister een besluit neemt dat je op basis van de beschikbare informatie volkomen verantwoord vindt. Een pandemie geeft je niet de luxe om vijf jaar wetenschappelijk onderzoek af te wachten.

Maar waarom zou een besluit dat destijds verdedigbaar was, achteraf niet verkeerd mogen blijken?

Die twee zaken worden naar mijn gevoel te vaak door elkaar gehaald.

Een bestuurder zou zonder enige tegenstrijdigheid kunnen zeggen:

Dit was wat wij toen wisten. Dit wisten wij niet. Op basis daarvan hebben wij deze belangen tegen elkaar afgewogen. Ik vond dit toen de juiste beslissing. Met wat ik nu weet, denk ik dat wij daar verkeerd hebben gekozen.

Ik zou zo’n uitspraak niet zien als zwakte.

Eerder als de essentie van politieke verantwoordelijkheid.

Juist daarom valt het mij op hoe weinig je zulke zinnen hoort.

Er zijn natuurlijk uitzonderingen. In Denemarken bood premier Mette Frederiksen excuses aan voor fouten rond de massale ruiming van nertsen. Tegelijk bleef zij verdedigen waarom de regering destijds inhoudelijk wilde ingrijpen. Kennelijk kan het dus allebei: erkennen dat je fouten hebt gemaakt zonder daarmee achteraf je gehele besluitvorming tot waanzin te verklaren.

In de meeste corona-evaluaties zie je echter iets anders gebeuren. Er worden volop tekortkomingen vastgesteld, maar die krijgen vaak een institutionele vorm.

De voorbereiding was onvoldoende. De crisisorganisatie was te ingewikkeld. De informatievoorziening schoot tekort. Rollen waren niet helder genoeg. De communicatie had beter gemoeten. Er moet bij een volgende pandemie beter worden gecoördineerd.

Dat zijn waarschijnlijk allemaal terechte conclusies.

Toch valt op hoeveel gemakkelijker het kennelijk is om te zeggen dat een systeem tekortschoot dan dat iemand zegt dat hij zelf een verkeerde afweging maakte.

Misschien is dat begrijpelijk. Zodra een oud-minister één duidelijke fout erkent, volgt onmiddellijk de vraag welke besluiten dan nog meer verkeerd waren. Sociale media doen de rest. Een genuanceerde erkenning kan binnen een uur veranderen in de kop dat “nu eindelijk wordt toegegeven dat de critici gelijk hadden”.

Daar komt nog iets bij. Tijdens corona is het onderscheid tussen wetenschappelijke kennis en politieke besluitvorming soms minder duidelijk geweest dan achteraf prettig is.

Wanneer een minister op een persconferentie zegt dat een maatregel noodzakelijk is en naast hem staat een wetenschapper die uitlegt waarom het virus gevaarlijk is, ontstaat vanzelf een sterk geheel. Voor de burger voelt dat niet als: hier staat enerzijds een wetenschappelijk advies en anderzijds een politicus die zelfstandig allerlei andere maatschappelijke belangen heeft gewogen.

Het klinkt eenvoudigweg als: dit moet, want de wetenschap zegt het.

Achteraf wordt het onderscheid veel scherper. En terecht. Wetenschappers maken geen politieke afweging tussen volksgezondheid, onderwijs, grondrechten, economie, eenzaamheid en maatschappelijke ontwrichting.

Dat doet de politiek.

Maar juist daarom moet de politiek die afweging achteraf ook durven bezitten.

Hier raakt corona volgens mij aan iets groters dan corona.

We hebben de afgelopen jaren veel gesproken over het afgenomen vertrouwen in de politiek. Vaak wordt vervolgens de vraag gesteld hoe dat vertrouwen kan worden hersteld. Betere communicatie, meer burgerparticipatie, meer transparantie, nieuwe bestuursvormen.

Ik vraag mij steeds vaker af of we daarmee niet te ingewikkeld beginnen.

Misschien verwachten burgers helemaal niet dat politici altijd gelijk hebben.

Ik in ieder geval niet.

Sterker nog, van iemand die nooit een verkeerde keuze zegt te hebben gemaakt, word ik eerder wantrouwig. Zeker wanneer die persoon jarenlang moeilijke beslissingen heeft moeten nemen onder grote onzekerheid.

Wat ik wel verwacht, is dat een keuze ergens blijft liggen.

Dat een bestuurder vijf jaar later nog kan zeggen: die was van ons.

Er zit volgens mij een belangrijk verschil tussen vertrouwen en betrouwbaarheid. Vertrouwen kun je vragen. Betrouwbaarheid moet je laten zien.

En betrouwbaarheid blijkt niet alleen wanneer het goed gaat.

Zij blijkt misschien juist wanneer een besluit uiteindelijk verkeerd uitpakt.

Dat brengt mij ook terug bij een groep mensen met wie ik tijdens corona weinig affiniteit voelde. De mensen die al snel onder de tamelijk brede verzamelnaam “wappies” terechtkwamen. Daar zat aantoonbare onzin tussen. Soms zelfs bizarre onzin.

Maar niet iedere vraag die uit die hoek of daarnaast werd gesteld, was onzin.

Weten jullie werkelijk zeker dat deze maatregel werkt?

Is deze beperking nog proportioneel?

Hoe groot is de onzekerheid in deze modellen?

Waarom wordt kritiek zo gemakkelijk gezien als kritiek op de wetenschap?

En wie neemt uiteindelijk verantwoordelijkheid wanneer later blijkt dat de afweging verkeerd was?

Dat zijn achteraf bezien heel normale vragen.

Misschien hebben we tijdens corona te weinig onderscheid gemaakt tussen mensen die feiten ontkenden en mensen die de zekerheid van het bestuur bevroegen.

Dat verschil lijkt mij belangrijk.

Niet omdat daarmee alsnog één kamp gelijk krijgt. Juist niet.

Maar omdat democratie alleen goed functioneert wanneer twijfel niet automatisch als ongehoorzaamheid wordt behandeld.

Ik zou daarom bij een volgende grote crisis iets anders willen zien. Niet minder deskundigheid. Niet minder wetenschap. En ook niet een bestuur dat uit angst voor fouten geen besluiten meer durft te nemen.

Ik zou juist willen dat politici duidelijker vertellen waar wetenschap ophoudt en politiek begint.

Dit weten onze deskundigen.

Hierover verschillen zij van mening.

Dit weten we nog niet.

Dit zijn de maatschappelijke belangen die naast volksgezondheid spelen.

Dit zijn de alternatieven.

En wij kiezen hiervoor.

Dat laatste zinnetje is misschien wel het belangrijkste.

Wij kiezen hiervoor.

Want als je dat tijdens een crisis durft te zeggen, kun je jaren later ook zeggen dat je verkeerd hebt gekozen.

Ik vermoed dat daar meer vertrouwen mee kan worden gewonnen dan met welke campagne over nieuwe bestuurscultuur ook.

Niet doordat politiek ineens foutloos wordt.

Maar doordat fouten weer een eigenaar krijgen.

Previous essay

Greenland and the Return of Power

Continue reading

On belief, interpretation and the human pain of not knowing